Vragen en antwoorden droogte

Op deze pagina leest u veelgestelde vragen en antwoorden over droogte.
Hoe ontstaat droogte?
Hoe ontstaat een watertekort, we leven toch in een waterrijk land?
Watertekort ontstaat door een gebrek aan neerslag, minder aanvoer van water door rivieren en verdamping door warm weer. Laag water in de rivieren ontstaat vooral door een tekort aan neerslag in de stroomgebieden van de rivieren. Vooral de Maas is afhankelijk van neerslag en voert daarom in droge periodes soms zeer weinig wat aan. De Rijn wordt deels gevoed vanuit de Zwitserse meren waarin het smeltwater samen komt uit de verschillende bergstroompjes. Als er in Nederland en ook in de stroomgebieden van Rijn en Maas weinig neerslag valt, kan de afvoer op de grote rivieren (te) laag voor de tijd van het jaar worden.
In Nederland heeft een watertekort voor de natuur en landbouw vooral consequenties als door het gebrek aan neerslag de grondwaterstanden in het groeiseizoen laag zijn. Als de waterstand in de rivieren laag is, is het dan niet altijd mogelijk om voldoende water van goede kwaliteit aan te voeren voor bijvoorbeeld de landbouw. Lokale buien die kunnen vallen zijn dan vaak niet voldoende. Er zijn continue hoeveelheden neerslag in de stroomgebieden van Maas en Rijn nodig om de afvoer van de rivieren op normale waarden te brengen.
De hoger gelegen delen van Nederland (o.a. hoge zandgronden in het zuiden en oosten) zijn voor wateraanvoer vooral afhankelijk van neerslag. Zij krijgen geen water uit de grote rivieren aangevoerd. Als de grondwaterstanden laag zijn en er geen neerslag valt, ontstaat er een watertekort. Bij aanhoudende droogte in een warme, zomerse periode neemt het neerslagtekort toe. Het neerslagtekort-/ overschot is het verschil tussen de hoeveelheid gevallen neerslag en de verdamping. In de lage delen van Nederland is meestal wel voldoende water aanwezig, maar hier treedt in een droge periode vaak geleidelijk meer verzilting op.
Wanneer wordt de droogte een probleem?
In grote gebieden kunnen we water aanvoeren en dit zijn we nu volop aan het doen om de verdroging zoveel mogelijk tegen te gaan. Meer informatie over de actuele situatie over droogte in ons werkgebied.
Wat is het verschil tussen oppervlaktewater en grondwater?
Oppervlaktewater is al het water dat zichtbaar is in sloten, rivieren, beken, meren en waterbergingen. Grondwater bevindt zich in de bodem en is niet zichtbaar. Grondwater is een belangrijke bron voor drinkwater en ook voor de natuur en de landbouw.
Wat voor invloed heeft droogte op de waterkwaliteit?
Als het droog is, is het ook erg warm. Ideale omstandigheden voor botulisme en blauwalg. Door botulisme en blauwalg kan het ook gevaarlijk zijn om ergens te zwemmen. Daarom houden we de kwaliteit van het water goed in de gaten. Op zwemwater.nl kunt u controleren of u ergens veilig kunt zwemmen. Lees hier meer over blauwalg en botulisme.
Waarom is droogte gevaarlijk voor dijken?
De grasmat is van belang voor de erosiebestendigheid van de dijk. De kwaliteit van de grasmat op de dijk neemt af door verdroging en het wortelstelsel wordt minder sterk.
Hoe komen waterstandverwachtingen tot stand?
Het Watermanagementcentrum (WMCN) van Rijkswaterstaat biedt informatie over onder meer waterstanden en afvoeren. Voor scheepvaart wordt er informatie geboden over de doorvaarthoogten en de diepgang in de grote rivieren. Regionale waterbeheerders, drinkwaterbedrijven en gebruikers van het watersysteem, zoals industrie en schippers, kunnen op basis van deze informatie, maatregelen treffen. Rijkswaterstaat gebruikt het landelijk meetnet Water om waterstandmetingen te doen. Ook worden de waterhoogtes met Duitsland, België en Zwitserland gedeeld. Deze gegevens worden samen met de neerslaggegevens en weersverwachtingen gebruikt om verwachtingen te doen over waterafvoeren van de Rijn en de Maas.
Wat kan het waterschap doen aan droogte?
Kan het waterschap aan de watervraag blijven voldoen?
Dat is afhankelijk van verschillende factoren. Vanzelfsprekend doen we daar onze uiterste best voor.
Hoe houdt het waterschap rekening met droogte?
Door zoveel mogelijk het watersysteem te blijven voeden vanuit het beschikbare water van de IJssel, IJsselmeer en de Vecht. Meer informatie over de actuele situatie over droogte in ons werkgebied.
Hoe helpt het verhogen van de waterpeilen bij droogte?
De gebieden rondom het gebied waar we de waterpeilen verhogen profiteren hiervan, doordat water meer in de bodem zakt en de grondwaterstand minder daalt. Verhogen van de waterpeilen is goed voor de grondwatervoorraad. Voldoende grondwatervoorraad is belangrijk voor de verschillende functies waarvoor dit water wordt gebruikt. Denk hierbij aan landbouw en natuur.
Hoe kan het waterschap het grondwaterpeil beïnvloeden?
Grondwaterstanden zijn voor het allergrootste deel afhankelijk van neerslag. Regen is dus de beste remedie tegen lage grondwaterstanden. Met het verhogen van de waterpeilen kunnen we wel wat beïnvloeden. Grondwater heeft de neiging om naar de grenzen van bijvoorbeeld akkers te trekken en sijpelt daar dan in de sloot. Door de peilen hoog te zetten kan dat niet en geven we tegendruk.
Wat is de rolverdeling tussen de waterbeheerders? Wie doet wat?
Dijken
Het waterschap zorgt voor veilige dijken. Rijkswaterstaat beheert de grote dammen en dijken, zoals de Afsluitdijk. De normen waar de dijken aan moeten voldoen worden door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgesteld.
Drinkwater
Het drinkwaterbedrijf produceert en distribueert het drinkwater.
Zwemwater
De locaties waar je veilig kunt zwemmen worden aangewezen door de provincie. Het waterschap en Rijkswaterstaat controleren ’s zomers om de paar weken de kwaliteit hiervan. www.zwemwater.nl
Stormvloedkering
Rijkswaterstaat draagt zorg voor de stormvloedkeringen, zoals de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg en de Hollandsche IJsselkering bij Krimpen aan den IJssel.
Oppervlaktewater
De kwaliteitsnormen voor het oppervlaktewater worden vastgesteld door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De waterschappen zorgen voor voldoende en schoon oppervlaktewater. Rijkswaterstaat doet dit voor de grote wateren.
Peilbeheer
Het waterschap houdt het water in sloten en vaarten op het juiste peil met stuwen, sluizen, duikers en gemalen. Hiermee kan water worden afgevoerd, vastgehouden of soms ook binnengelaten.
Grondwater
De provincie verleent vergunningen voor de winning van grondwater voor drinkwater, grote onttrekkingen voor de industrie (boven 150.000m3) en open bodemenergiesystemen. De gemeente zorgt voor het grondwaterbeheer in het stedelijk gebied.
Beregening (sproeien)
De waterschappen gaan over het beregeningsbeleid uit ondiep grond- en oppervlaktewater voor de landbouw, tuinbouw en de natuur.
Wie beslist over de waterverdeling in het werkgebied van WDODelta?
"Als er sprake is van een (dreigend) watertekort, dan komt ook de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) in actie. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg.
De LCW adviseert over de verdeling van het beperkt beschikbare water vanuit het IJsselmeer naar negen verschillende waterschappen. Voor ons werkgebied geldt dan dat wij minder water uit het IJsselmeer en de IJssel mogen inlaten dan we nodig hebben. Wij bepalen aan de hand van de verdringingsreeks waar het water naartoe gaat en waarvoor het gebruikt mag worden."
Wat is een verdringingsreeks?
Dit zijn afspraken tussen Rijkswaterstaat, de provincies en de Nederlandse waterschappen over de prioriteitsvolgorde voor besluiten over de verdeling van (schaars)water. Bij het in werking treden van de verdringingsreeks wordt het watergebruik afgestemd op de beschikbare hoeveelheid water. De verdringingsreeks treedt in werking als de vraag naar water groter wordt dan de wateraanvoer.
Ik ben het niet eens met de verdringingsreeks. Waar kan ik dat melden?
De verdringingsreeks is landelijk bepaald door het Rijk. De verdringingsreeks is opgenomen in de Waterwet en in de provinciale verordeningen. Hiertegen kunt u in principe geen bezwaar maken. Valt u naar uw mening in de verkeerde categorie (categorie 3 of 4), dan kunt u hiervan melding maken met goede argumentatie bij de provincie.
Dieren en planten
Wat betekent de droogte voor planten en dieren?
Door de droogte staat er minder water in sloten, weteringen en andere watergangen. Sommige watergangen kunnen bij aanhoudende droogte uiteindelijk gedeeltelijk of helemaal droogvallen. Dat heeft gevolgen voor planten en dieren die in en rond het water leven.
Ook de kwaliteit van het water kan achteruitgaan. Ondiep water warmt sneller op en bevat minder zuurstof. Vissen en andere waterdieren kunnen daardoor in de problemen komen. Ook neemt bij warm en stilstaand water de kans op bijvoorbeeld blauwalg en botulisme toe.
We houden de situatie en kwetsbare locaties goed in de gaten en proberen schade aan planten en dieren zoveel mogelijk te beperken. Bij ernstige en langdurige droogte kunnen we echter niet alle schade voorkomen.
Wat doet het waterschap om schade aan planten en dieren te beperken?
We proberen het beschikbare water zo goed mogelijk te verdelen en het aanwezige water zo lang mogelijk vast te houden. Waar waterstanden dalen, proberen we dit zo geleidelijk mogelijk te laten gebeuren. Zo krijgen vissen en andere waterdieren waar mogelijk de kans om naar plekken met voldoende water te trekken.
We houden daarnaast in de gaten waar planten en dieren het meest kwetsbaar zijn. Als vissen in de knel komen, beoordelen we of en welke maatregelen mogelijk zijn. Bijvoorbeeld het verplaatsen van vissen of, in sommige situaties, het tijdelijk beluchten van water. Daarbij werken we samen met ecologen en vrijwilligers van de Nederlandse Hengelsport Organisatie en de Sportvisunie.
Bij ernstige droogte kunnen we niet overal tegelijk maatregelen nemen. We zetten onze beschikbare middelen daarom in waar de ecologische gevolgen het grootst en het meest onomkeerbaar zijn.
Waarom houden jullie sommige watergangen wel op peil en andere niet?
Bij ernstige droogte kan er onvoldoende water beschikbaar zijn om alle sloten, kanalen en weteringen op peil te houden. We moeten het beschikbare water dan verdelen en keuzes maken.
Daarbij kijken we onder andere naar het belang van een watergang voor het watersysteem en naar de natuur die ervan afhankelijk is. Sommige watergangen zijn bijvoorbeeld belangrijk voor kwetsbare of beschermde planten en dieren. Deze proberen we zo lang mogelijk van water te voorzien.
In andere watergangen houden we het aanwezige water zo lang mogelijk vast. Als de droogte aanhoudt, kunnen de waterstanden daar verder dalen en kunnen watergangen uiteindelijk gedeeltelijk of helemaal droogvallen.
Kan het waterschap voorkomen dat vissen doodgaan?
Helaas niet altijd. Bij ernstige en langdurige droogte kan er onvoldoende water beschikbaar zijn om alle watergangen op peil te houden. Ondiep water warmt bovendien sneller op en kan minder zuurstof bevatten. Vissen kunnen daardoor in de problemen komen.
We houden kwetsbare locaties in de gaten en nemen waar mogelijk maatregelen. Als vissen in de knel komen, beoordelen we of het nodig en mogelijk is om ze te verplaatsen. Daarbij moeten we soms keuzes maken. We zetten onze beschikbare capaciteit in op de plekken waar de gevolgen voor de natuur het grootst zijn.
We kunnen daarom niet uitsluiten dat bij aanhoudende droogte vissen en ander waterleven sterven.
Ik zie vissen in nood of dode vissen. Wat moet ik doen?
Ziet u vissen naar lucht happen, veel vissen bij elkaar in een watergang met weinig water of meerdere dode vissen? Meld dit dan bij ons via ons contactformulier.
Ga niet zelf vissen vangen of verplaatsen. Wij beoordelen de situatie en bepalen of en welke maatregelen nodig en mogelijk zijn.
Raak dode vissen niet aan en ruim ze niet zelf op.
Mag ik vissen zelf vangen en verplaatsen?
Nee, doe dit niet zelf. Een andere sloot, vijver of watergang is niet automatisch een geschikte plek voor de vissen. De watertemperatuur, waterkwaliteit en hoeveelheid zuurstof kunnen daar anders zijn. Ook kunnen door het verplaatsen van vissen ziekten of ongewenste soorten worden verspreid.
Ziet u vissen in nood? Meld dit dan bij ons via ons contactformulier. Wij beoordelen samen met deskundigen of het nodig en mogelijk is om vissen te verplaatsen en naar welke locatie dat verantwoord kan.
Moet ik één dode vis melden?
Eén dode vis betekent niet altijd dat er iets bijzonders aan de hand is en hoeft u daarom niet direct te melden.
Ziet u meerdere dode vissen, vissen die naar lucht happen of veel vissen bij elkaar in een watergang met weinig water? Meld dit dan wel bij ons via ons contactformulier. Dat kan een signaal zijn dat vissen door bijvoorbeeld weinig water, warmte of zuurstoftekort in de problemen komen.
Waarom komen vissen bij droogte in de problemen?
Bij droogte staat er minder water in sloten en andere watergangen. Ondiep water warmt sneller op. Hoe warmer het water wordt, hoe minder zuurstof het kan bevatten. Tegelijkertijd gebruiken planten, algen en ander organisch materiaal in het water ook zuurstof.
Daardoor kan er te weinig zuurstof voor vissen en andere waterdieren overblijven. Vissen kunnen dan bijvoorbeeld dicht onder het wateroppervlak gaan zwemmen of naar lucht happen. Als de situatie verder verslechtert, kunnen vissen sterven.
Daarnaast kunnen watergangen bij ernstige droogte gedeeltelijk of helemaal droogvallen. Ook kunnen bij warm en stilstaand water problemen met de waterkwaliteit ontstaan, zoals blauwalg en botulisme.
Waar gaan de vissen aan dood?
Dat kan verschillende oorzaken hebben. Bijvoorbeeld door gebrek aan zuurstof in het water of door ziektes die de kop opsteken bij minder fitte dieren. Botulisme is één van de bacteriën waaraan vissen kunne dood gaan. Deze verspreidt zich via dode dieren en vissen in het water. Vissen kunnen hier stukjes van binnen krijgen bij het zoeken naar voedsel. Of ze eten de maden op die uit de dode dieren komen. Zo krijgen vissen botulisme. Ze raken verlamd en kunnen daardoor doodgaan.
Beregenen en onttrekken
Hoe zit het met beregenen en onttrekken in tijden van droogte?
Aanhoudende droogte in combinatie met beregening kan leiden tot een watertekort in de grond en/of in beken en rivieren. Met als gevolg verdroging, droogteschade, lage waterafvoeren en/of het droogvallen van waterlopen. Met de beregeningsregeling willen we dergelijke situaties voorkomen. Lees hier meer over beregenen uit oppervlaktewater of grondwater.
Ik mag door droogte geen oppervlaktewater meer onttrekken, mag ik nog wel grondwater onttrekken?
Als de droogtesituatie daar om vraagt kunnen wij onttrekkingsverboden instellen. Bij een onttrekkingsverbod voor alleen oppervlaktewater mag u alleen nog oppervlaktewater gebruiken als drinkwater voor vee en om branden te blussen. Als er alleen een onttrekkingsverbod geldt voor oppervlaktewater, mag u grondwater nog wel gebruiken.
Geldt er een onttrekkingsverbod voor oppervlaktewater én grondwater, dan mag u geen oppervlaktewater en geen grondwater meer gebruiken.
Wat is het verschil tussen een beregeningsstop en een onttrekkingsverbod?
Een beregeningsstop is een dringende oproep van het waterschap om tijdelijk te stoppen met het onttrekken van oppervlaktewater voor beregening. We rekenen erop dat gebruikers deze oproep opvolgen en houden daar toezicht op.
Als er een onttrekkingsverbod geldt is het verboden om oppervlaktewater te onttrekken voor de aangewezen doeleinden. Het waterschap handhaaft dan bij overtreding van het verbod.