Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDODelta) zorgt ervoor dat onze dijken doen wat ze moeten doen: hoogwater tegenhouden. Om ze sterk te houden, is goed onderhoud belangrijk. Daarom is het waterschap weer gestart met het maaien van de dijken. Daarnaast begint WDODelta deze weken ook met het maaien van waterbodems en oevers voor een goede doorstroming. 

Onderhoud en biodiversiteit belangrijk voor dijken

Wortels van gras, kruiden en planten houden de grond stevig bij elkaar en geven de dijk bescherming als er hoogwater tegen aan staat. Door te maaien blijft de grasmat sterk. Daarnaast worden door te maaien kale plekken en andere beschadigingen zichtbaar die het waterschap vervolgens herstelt. WDODelta maait de dijken gefaseerd. Dat wil zeggen in vakken van ongeveer 300 meter breed. Elke keer wordt een vak van 300 meter gemaaid, waarna het volgende vak blijft staan tot de volgende maaironde. Door gefaseerd maaien krijgen kruiden en planten ruimte om zich te ontwikkelen en is er voor insecten altijd voldoende voedsel aanwezig. Zo zoeken grondbijen globaal hun voedsel in een straal van 150 meter van hun nestplaats in de grond.

Maaien van waterbodems en oevers

Tussen 1 juni en 15 november maait het waterschap waterbodems en oevers. Door te maaien kan er voldoende water door kanalen en sloten stromen. Dit is van belang om wateroverlast of juist verdroging tegen te gaan. Hans Pereboom, lid van het dagelijks bestuur van het waterschap: “Het waterschap probeert wateroverlast of watertekort zoveel mogelijk te voorkomen. Maaien van waterbodems en oevers is daarom erg belangrijk. Maar ook kostbaar. Daarom is ‘niet te veel, maar ook niet te weinig maaien’ het uitgangspunt. Wij houden hierbij rekening met de functies van de kanalen en sloten en leveren daar waar mogelijk maatwerk.”

Aandacht voor flora en fauna

Zoals ieder jaar maait het waterschap met de nodige voorzorg en volgens de Omgevingswet (voorheen Wet Natuurbescherming). Dit betekent dat rekening wordt gehouden met beschermde plant- en diersoorten. Zo hebben medewerkers een overzicht van deze plant- en diersoorten en maaien ze op voldoende afstand om nesten van vogels heen. Daarnaast worden extra maatregelen genomen in de voortplantingsperiode en blijft – op veel plaatsen waar het mogelijk is – begroeiing staan, zodat de biodiversiteit verbetert en het water juist wordt vastgehouden. Inmiddels blijft bij ongeveer 70 procent van de kanalen en sloten in de zomerperiode de beplanting op één oever staan.

Hergebruik van maaisel

Het maaisel dat vrijkomt, is meestal geschikt om toe te passen als bodemverbeteraar op landbouwpercelen. Bij interesse zijn agrariërs van harte uitgenodigd om mee te rijden met een kipper (een grote laadbak). WDODelta biedt jaarlijks maaisel van natuurvriendelijke oevers en sloten aan de lokale agrariër aan, die het vervolgens gebruikt als organische stof om de bodem te verbeteren. Pereboom: “De kringloop van het maaisel is hierdoor klein. Daarmee besparen we op vervoer, onnodige kosten en CO2-uitstoot.”