Elke dag zorgen wij ervoor dat het water in ons werkgebied de juiste hoogte heeft. Denk aan sloten, kanalen weteringen en meren.

Om hiervoor te zorgen, laten we de ene keer water wegstromen en de andere keer voeren we juist extra water aan. Bovendien is het gewenste waterpeil overal anders: in landbouwgebieden en in de stad is het lager dan in natuurgebieden. Onze peilkaart geeft weer wat het minimum en maximum peil is op alle locaties in ons gebied. Ga naar de peilenkaart. U kunt ook de huidige waterstanden en neerslaggegevens bekijken op onze digitale waterstandenkaart.

Hoe regelen wij het waterpeil?

Dat doen we met een netwerk van ongeveer 370 gemalen en 1.980 stuwen. Daarnaast onderhouden we de sloten, kanalen en andere watergangen. Want teveel begroeiing kan er voor zorgen dat er te weinig water kan wegstromen of worden aangevoerd. 

Gewenst waterpeil

Het waterpeil in de watergangen wordt bepaald door de instellingen van de stuwen en gemalen, door de grootte van de watergang en door de begroeiing van de watergang. Deze factoren zijn op elkaar afgestemd. Daarnaast beïnvloeden weersomstandigheden, kenmerken van het gebied en gebruik van de grond deze waterstanden. Tijdens het groeiseizoen, van mei tot oktober, bestaat het dagelijkse beheer uit het draaien aan de knoppen ‘peilbeheer’ en ‘onderhoud’. Het waterschap bepaalt waar tijdens het groeiseizoen, gelet de omstandigheden, de prioriteiten voor het onderhoud liggen. In het algemeen geldt dat wij in een droog en warm voorjaar vooral de aanvoersloten als eerste schoonmaken. Wanneer juist sprake is van natte omstandigheden en (verwachte) hoge waterafvoeren dan krijgen watergangen belangrijk voor de afvoer prioriteit. 

Flexibel peilbeheer

Voorheen werkte het waterschap met een vast zomer- en winterpeil. Meer inzicht, klimaatverandering en technische vooruitgang maken het noodzakelijk en mogelijk om nu met flexibel waterpeilbeheer te werken. Dit houdt in dat we zoveel mogelijk werken met een minimum- en maximumpeil. Binnen de bandbreedte hiervan en afhankelijk van de actuele afvoer/aanvoer van water, stellen wij dit peil in. Met flexibel peilbeheer kunnen we de waterpeilen beter in de hand houden en snel schakelen. Dit is vooral van belang tijdens perioden van wateroverlast en droogte. De bandbreedte van de na te streven peilen ligt vast in de operationele peilenkaart van het waterschap. Deze kaart is opgebouwd uit peilbesluiten en streefpeilen. Wanneer niet voldaan kan worden aan de vastgestelde streefpeilen kan besloten worden tot aanpassingen van de afmetingen van de watergangen en/of gemalen/stuwen of invoeren nieuwe streefpeilen. 

Omgaan met extremer weer

Ons klimaat verandert. Daardoor wordt het weer extremer. Soms regent het veel in een korte tijd of soms zijn er juist lange droge perioden. Daarom nemen we maatregelen om ook in de toekomst voor voldoende water te kunnen zorgen. Zoals door de aanleg van waterbergingen en ons project ‘Waterschapszorg’. In waterbergingen kunnen we bij veel regen water tijdelijk opslaan en daarmee wateroverlast tegengaan. Dit zorgt ook voor een hoger peil van het grondwater: meer water in voorraad voor droge perioden.