Regelmatig maaien we de slootkanten. Ook bij u in de buurt. Op deze pagina leest u de antwoorden op de meest gestelde vragen. Nieuwsgierig naar de planning rondom het maaien, waarom we maaien en wat we doen als we maaien? Op deze pagina over maaien leest u daar meer over. 

Waarom blijft er soms begroeiing staan?

  • Als het geen problemen geeft voor de water aan­ en afvoer, laten we delen staan. Zo maaien we alleen dat deel dat echt nodig is. Goed voor de biodiversiteit en de kosten! Natuurlijk houden we daarbij eventuele onkruiden goed in het oog.

Hoe bepalen jullie waar jullie gaan maaien?

  • We hebben ruim 4.000 kilometer sloten, kanalen, weteringen en waterbergingen te onderhouden. Deze kunnen we niet allemaal tegelijk maaien. De weersomstandigheden, de grondslag en de afmetingen bepalen wanneer we waar maaien. Dit doen we zo efficiënt mogelijk binnen de regels van de wet Natuurbescherming en de daarbij behorende gedragscode van de waterschappen. Daarom starten we 1 juni met het maaien van de sloten, kanalen, weteringen en waterbergingen.

Welke mogelijkheden zijn er voor ontvangen van maaisel?

Als er geen onderhoudspad langs uw perceel ligt, leggen we het maaisel in uw land op basis van de ontvangstplicht. Rijdt u liever mee met een kipper of wilt het maaisel graag op bulten in uw land? Wij kijken naar de mogelijkheden op uw locatie. Dien een verzoek in op de website: www.wdodelta.nl/maaien

Wanneer komen wij maaien vanuit het land?

Op de maaikalender en in de Waterwerk app kunt u twee weken van tevoren zien wanneer we de sloten gaan maaien in gebieden waar we vanuit het land onderhouden.

Wat is het nut van vispassages en natuur­vriendelijke oevers?

In herinrichtingsprojecten leggen we bijvoorbeeld vispassages en natuurvriendelijke oevers aan. Uit de monitoringsgegevens zien we positieve effecten van deze maatregelen op vissen, planten en watergebonden insecten!

Hoe kunt u ons helpen tijdens het maaiseizoen?

Door rekening te houden met onderstaande punten helpt u ons enorm tijdens het maaiseizoen.

  • Maaiselbulten bij doorgangen in ieder geval voor de volgende maaironde te verwijderen.
  • Afrastering bij breedspoor­onderhoud minimaal 30 centimeter uit de insteek te plaatsen en in een smalspoorgebied op twee meter uit de insteek (afhankelijk van de hoogte).
  • Ploeg onderhoudspaden niet om en graaf geen ontwateringsgeulen door het pad.
  • Markeer weidepompslangen en (afvoer)buizen in het talud, zodat wij ze kunnen zien en ze niet raken. 
  • Houdt u rekening met de gewaskeuze als wij over uw land het onderhoud uitvoeren.