In de buurt van de IJsseldijk in Deventer en Diepenveen hebben we bevergangen opgegraven. De langste bevergang was in Deventer met een lengte van 5,7 meter en een breedte van een halve meter. Omdat er geen acuut waterveiligheidsprobleem was, besloten we de bevergangen open te graven na het broedseizoen. De gangen bevonden zich op veilige afstand van de dijk.

Beverprotocol

In Deventer ontdekten we drie bevergangen en in Diepenveen één. “We kunnen niet zomaar beginnen met het opengraven van de bevergangen. Daarvoor volgen we het zogenoemde beverprotocol”, vertelt Wijnand Evers, waterkeringbeheerder bij WDODelta. De bever heeft de ingang van zijn hol onder water. De gang van het hol loopt omhoog, waardoor de ‘nestkamer’ van de bever boven water ligt. "Je kunt je dan wel voorstellen dat een dijk of oever een aantrekkelijke locatie is. Bij hoogwater kunnen gangen van de bever zanduitspoeling veroorzaken en het begin van een kwetsbare plek in een dijk zijn." 

Na broedseizoen opgraven

De bever is een beschermde diersoort en terug in Nederland. De terugkeer van het dier in het rivierengebied wijst op het herstel van biodiversiteit. Voor waterschappen kan het echter een keerzijde hebben als de bever te dicht bij de dijken komt. Aangezien er in dit geval geen acuut waterveiligheidsgevaar was, is gewacht tot na het broedseizoen om de holen op te graven. Voor we beginnen met de werkzaamheden controleren we of de holen leeg zijn. Als dat zo is, start het herstelwerk. “We hebben begroeiing weggehaald, de gang opgegraven en met grond weer aangevuld,” legt Evers uit. “Vervolgens is de locatie ‘beveronvriendelijk’ gemaakt. Dit houdt in dat naast het weghalen van begroeiing ook het talud flauw is gemaakt.”