Het waterschap zorgt voor een goed waterbeheer, in het landelijke gebied, maar ook in de stad. Onze stuwen en gemalen zorgen voor een goed waterpeil. Zodra er veel regen valt of veel wateraanvoer vanuit de rivieren is, voeren we het teveel aan water af om wateroverlast te voorkomen. Nu de neerslag minder is, is het waterpeil redelijk stabiel met weinig schommelingen. Daardoor is ijsgroei mogelijk in deze vorstperiode.

Wat is de invloed van gemalen en stuwen op de ijsgroei?

  • Wanneer er een langdurige vorstperiode met kans op strenge vorst komt, dan zorgen we voor minder stroming in het water. Want hoe minder stroming, hoe sneller het ijs groeit. Dat doen we zo: We zetten gemalen* uit. Sommige gemalen moeten soms even draaien omdat ze anders zo vast vriezen, dat ze bij invallende dooi niet meer functioneren. Gemalen die kwelgebieden zoals polders droog houden kunnen niet altijd uit. We regelen dat stuwen zo min mogelijk stroming geven.

* Een afvoergemaal pompt water van een lager naar een hoger niveau. Het zorgt daarmee dat het water in een peilgebied op een bepaald peil komt of blijft.

Welke gemalen zijn allemaal dichtgezet ter bevordering voor ijsvorming?

  • We proberen in periodes van vorst de waterstanden met onze gemalen en stuwen zo nauwkeurig mogelijk te regelen, zodat de ijsvloer zo min mogelijk schade ondervindt. De waterstanden worden door de gemalen en stuwen deels automatisch geregeld, waardoor de schommelingen al gering zijn. Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen moet dus een deel van de gemalen altijd periodiek blijven draaien. Vooral in gebieden of polders met onvoldoende capaciteit voor de berging van overtollig kwelwater. In andere gebieden ontstaat tijdens de vorstperiode ook wateroverlast door kwel.
  • Daarnaast zijn er gebieden waar vrijwel direct wateroverlast ontstaat als de dooi inzet, door een te snelle peilstijging als gevolg van smeltwater, sneeuw en eventuele neerslag. Bevroren ondergronden reageren als verhard oppervlak. Daar waar het kan, draaien de gemalen tijdens het begin van de vorstperiode zo beperkt als mogelijk is. Draaiende gemalen vertragen de ijsvorming of zorgen er voordat oppervlaktewater helemaal niet dichtvriest.
  • In de kop van Overijssel (Wieden Weerribben) zijn gemalen die de waterafvoer van andere gemalen kunnen overnemen tijdens een vorst periode. De infrastructuur is hierop ingericht, zo kunnen we de stroming op sommige trajecten (belangrijke schaatsroutes) beperken. Tegelijkertijd houdt dit in dat op andere plekken het gemaal meer draait en dus meer stroming veroorzaakt.
  • Lijst van gemalen verschilt per periode en is daarom niet opgenomen in deze vraag-en-antwoordenlijst.

Waarom zie ik bij code rood/oranje nog steeds mensen van het waterschap buiten?

Waterschappers hebben een cruciaal beroep. We zorgen voor de waterhuishouding en de bijbehorende veiligheid van Nederland. Dit gaat 24/7 door. Onze mensen hebben daarom ook een ontheffing van de avondklok.

Waarom malen jullie nog? Dat is toch slecht voor het ijs?

Het is altijd een afweging op welk moment we de gemalen stil kunnen zetten. Primair zijn wij verantwoordelijk voor een goed waterhuishouding en niet voor een mooie ijsvloer. Uiteraard willen we wel graag meewerken aan schaatsen op onze wateren.

Het is zoeken naar de juiste balans. We willen niet te vroeg gemalen stilzetten, en ook niet te laat. Zodra je een gemaal stilzet zal het waterpeil langzaam gaan stijgen en lever je dus waterberging in het systeem in. Als je dit te vroeg doet moet je over xx dagen (situatie afhankelijk) weer de bemaling opstarten. Als dit net midden in een schaatsperiode valt is dit uiterst ongelukkig en kan voor gevaarlijke situaties zorgen. Het is een kwestie van zoeken naar het juiste moment.