Impressie Praktijkmiddag Water en Bodem

Om het best passende peil te bepalen, kijkt het waterschap naar de gewenste grondwaterstand. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, omdat het grondwater op een aantal plekken geen enkele relatie lijkt te hebben met het slootpeil. Dat werd deze middag bevestigd door de bodemdeskundige, dhr. C. ter Berg, die in zijn veldbezoeken meerdere keren geconstateerd heeft dat het maaiveld drijfnat is, terwijl 10 centimeter lager de bodem gewoon droog is. De oorzaak ligt in de bodemstructuur, wat hij met een aantal foto’s van steekproeven op de Kampereilanden onderstreepte. Onder andere door het gebruik van steeds zwaardere machines klinkt de grond samen, waardoor de ontwatering en het bodemleven afneemt. Dat heeft uiteindelijk een negatief effect op de opbrengst van de grond. Het voorkomen van ‘schijngrondwaterstanden’ op de Kampereilanden en het Haatland werd bevestigd door de hydroloog van het waterschap, mw. F. de Graaf. Zij hield een presentatie over de manier waarop het waterschap het gewenste slootpeil bepaalt.

Tijdens de middag is een aantal maatregelen besproken voor het verbeteren van de ontwateringscapaciteit van de bodem, de eerste stap naar herstel. Belangrijke uitkomst voor de voorbereiding van het peilbesluit is dat er voldoende drooglegging moet zijn om percelen te draineren ten behoeve van ontwatering, minimaal 60 tot 70 cm. Ook kwam het belang van de schouw aan de orde, waarvoor het waterschap en de boeren beide verantwoordelijk zijn voor respectievelijk hoofdwatergangen en service watergangen. Tijdens de praktijkmiddag is ook een demonstratie gegeven voor het plaatsen van een eenvoudige peilbuis om inzicht te krijgen in het grondwater op het perceel. De presentaties van deze middag kunt u op deze website downloaden.