Gaat het geplande maaiwerk van watergangen en dijken gewoon door?

Sloten / Watergangen

De sloten en watergangen worden optimaal gemaaid voor een zo goed mogelijke aan- en afvoer van water. Want zeker nu is dat belangrijk voor het regelen van goed waterpeil. De maaiboten die hiervoor worden ingezet, maaien alleen in de diepere wateren. Het waterschap ontziet bewust de ondiepe wateren, zoals in stedelijke gebieden. “Omdat de waterpeilen lager zijn, voorkomen we hiermee omwoeling van de waterbodem. Dit is belangrijk, omdat door de hogere watertemperatuur er al minder zuurstof in het water zit. Het omwoelen van de bodem onttrekt ook zuurstof. Vissen zouden het daardoor moeilijk kunnen krijgen en dat willen we niet.”

Dijken

Het waterschap stelt het maaien van de dijken die gevoelig zijn voor droogte uit. Dit zijn voornamelijk de zanddijken langs de IJssel, de Vecht, het Zwarte Water en de Sallandse weteringen. Zanddijken zijn gevoeliger voor droogte dan kleidijken, omdat het water sneller wegzakt in zand dan in klei. Hierdoor verdroogt de bovenste laag sneller. Dit is de laag waar de wortels van het gras zitten. Als gras is gemaaid, wil het zich herstellen en weer groeien. Daarvoor is water nodig, maar dat zit nu door de droogte niet in de dijk. Gevolg is dat het gras verdort en hiermee de sterkte van de grasmat afneemt. Ook hebben de wortels door de droogte minder houvast in de zandbodem. Hierdoor kunnen maaimachines sneller wegglijden De grasbekleding van een dijk is essentieel en doet dienst als beschermdeken bij hoge waterstanden.