Flora- en faunawet

De Flora- en faunawet is een landelijke wet die in de natuur levende planten, dieren en hun leefomgeving in Nederland beschermt. Het uitgangspunt van deze wet is dat in principe alle handelingen die schadelijk zijn voor bedreigde soorten verboden zijn, tenzij hiervoor een ontheffing wordt aangevraagd.

De Flora- en fauna wet raakt het werk van de waterschappen heel direct, zoals bij onderhoudswerkzaamheden zoals maaien en baggeren of het vergraven van watergangen. Om het werken volgens de wet gemakkelijker en inzichtelijker te maken en bovendien niet voor elke activiteit een ontheffing te hoeven aanvragen, hebben de waterschappen gezamenlijk een gedragscode opgesteld. Daarin staan werkafspraken en gewenste maatregelen voor veel voorkomende werkzaamheden in relatie tot de beschermde soorten. Met de komst van de gedragscode wordt de uitvoering van de wet vereenvoudigd.

Het huidige wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, zoals neergelegd in de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1988 en de Boswet, wordt per 1 juli 2016 samengevoegd in één wet: de Wet natuurbescherming.

Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen

De Gedragscode Flora- en faunawet voor waterschappen is van toepassing op veel terugkerende werkzaamheden, zoals het maaien van walkanten en het baggeren en schonen van waterlopen en bij de uitvoering van inrichtingsprojecten. Werken volgens de gedragscode is niet nodig bij alle Flora- en faunawetsoorten, maar alleen bij een aantal zwaarder beschermde soorten. De wet maakt daarbij onderscheid naar twee niveaus van bescherming. Voor de zwaarst beschermde categorie moet het waterschap bij ruimtelijke ingrepen altijd ontheffing aanvragen als schadelijke effecten te verwachten zijn. In dat geval is de gedragscode dus niet van toepassing.

De gedragscode vereist ook dat het waterschap een beeld heeft van de verspreiding van beschermde planten en diersoorten binnen haar werkgebied. Het waterschap voert hiervoor zelf onderzoek uit, maar maakt ook gebruik van gegevens van andere organisaties die opgenomen zijn in een landelijke database. Hiermee wordt voor het gehele beheergebied duidelijk waar beschermde soorten voorkomen, zodat bekend is op welke plekken voorzichtigheid geboden is.